Een workflow begint bij het resultaat
Definieer eerst wat klaar moet zijn en wie het resultaat zal gebruiken.
Een gevorderde workflow begint niet bij een lange prompt, maar bij een observeerbare uitkomst. Beschrijf het beslis- of gebruiksmoment, de doelgroep en de eigenschappen waaraan het eindproduct moet voldoen. Zo voorkom je dat een indrukwekkende tekst toch onbruikbaar blijkt.
Maak onderscheid tussen het resultaat en de activiteit. 'Analyseer klantfeedback' is een activiteit; 'lever een besluitnota met de drie meest onderbouwde verbeterprioriteiten, bewijs en open vragen' is een resultaat. Voeg alleen processtappen toe wanneer ze controle, veiligheid of kwaliteit verbeteren.
- Resultaat vóór activiteit
- Publiek en gebruiksmoment
- Twee tot vijf succescriteria
- Expliciet stop- of goedkeuringsmoment
Werk: een directienota moet beslispunten tonen. Studie: een leerfiche moet misvattingen zichtbaar maken. Privé: een vergelijking moet binnen budget en voorkeuren blijven.
Resultaat: [eindproduct]. Gebruiker: [publiek]. Het is bruikbaar als: [criteria]. Stel maximaal drie vragen over ontbrekende kerninformatie en stel daarna een werkproces voor. Maak nog geen eindproduct.Herschrijf één terugkerende taak als resultaat met publiek, gebruiksmoment en drie succescriteria.